Regels aan Boord

1. De schipper’s wil is wet.

2. De schipper beslist en heeft de laatste stem.

3. De schipper bepaalt, afhankelijk van weers- en andere condities, de route.

4. Schipper en maat zorgen voor navigeren, wegvaren, aanleggen, varen, manoeuvreren, afmeren van het schip.

5. Gasten begeven zich alleen bovendeks; het voordek, achterdek, de gangpaden, de bovendekse WC, de salon.

6. Toegang tot de stuurhut alleen met uitdrukkelijke toestemming van de schipper.

7. Toegang tot de kombuis alleen met uitdrukkelijke toestemming van de schipper of zijn maat.

8. Toegang tot het vooronder of het onderdekse achterschip alleen met uitdrukkelijke toestemming van de schipper.

9. Geen toegang tot de machinekamer. Streng verboden terrein.

10. Verboden aan ankerinstallatie, kraan, davit of andere apparatuur of knoppen te zitten.

11. Verboden aan de reling te hangen of op de reling te klimmen.

12. Verboden op het schip, de stuurhut of de salon te klimmen.

13. Verboden aan boord te rennen.

14. Verboden zich tussen de salon en de stuurhut te begeven.

15. Zwemvesten verplicht als de kapitein dat beslist

16. Kinderen vallen onder verantwoording van de ouders/begeleiding

17. Bij aanleggen of afmeren van het schip uit de buurt van de landvasten en stootwillen blijven.

18. Niet op het achterste deel van het achterdek – waar de reling is geeindigd – begeven.